Wie met ploegen werkt, maakt het rooster niet elke maand opnieuw. Er is een patroon, bijvoorbeeld een week vroeg, een week laat en een week nacht, en elke ploeg loopt daar met een eigen startpunt doorheen. Of dat patroon mag, hangt vooral af van de nachtdienstregels in artikel 5:8 van de Arbeidstijdenwet, en die toets je beter één keer op het patroon dan honderd keer op losse diensten. Deze gids laat drie veelgebruikte patronen zien, rekent ze door en rolt ze uit met één formule. Voor het maandrooster met dienstcodes, controle en toeslagen is er een werkrooster in Excel met roulerend schema.
Begin met het patroon als reeks dienstcodes, bijvoorbeeld VVLLNN---- voor een vijfploegenrooster, en geef elke ploeg een eigen startdag. Toets het patroon daarna op artikel 5:8 Arbeidstijdenwet: hoogstens 10 uur arbeid per nachtdienst, 46 uur rust na drie of meer nachten op rij, hoogstens 7 diensten op rij als daar een nacht bij zit en hoogstens 36 nachtdiensten die na 02.00 uur eindigen in 16 weken. Een continurooster met nachten van 12 uur haalt de grens van 22 lange nachten per 52 weken niet.
Drie patronen naast de nachtdienstregels
De Arbeidstijdenwet noemt een dienst een nachtdienst als er meer dan een uur arbeid valt tussen 00.00 en 06.00 uur. Voor die diensten geldt artikel 5:8: in de regel hoogstens 10 uur arbeid per nachtdienst, minstens 14 uur rust na een nachtdienst die na 02.00 uur eindigt, minstens 46 uur rust na een reeks van drie of meer nachtdiensten, hoogstens 7 achtereenvolgende diensten als daar een nachtdienst bij zit (8 als de aard van het werk dat vraagt), hoogstens 36 nachtdiensten die na 02.00 uur eindigen per 16 aaneengesloten weken, en hoogstens 140 per 52 weken of 38 uur nachtarbeid per twee weken. Wie in 16 weken 16 of meer nachtdiensten draait, werkt in die periode gemiddeld hoogstens 40 uur per week.
Drie patronen, elk met een eigen cyclus. V, L en N zijn diensten van 8 uur (06–14, 14–22, 22–06) met 30 minuten pauze; D en N in het derde patroon duren 12 uur (07–19, 19–07) met 45 minuten pauze. Een streepje is vrij. Alle cijfers zijn uitgerekend over twee jaar, met het slechtste venster per regel:
| Patroon | Cyclus | Ploegen voor volle bezetting | Arbeid per week gemiddeld | Nachten per 16 weken (max.) | Nachten per 52 weken (max.) | Langste reeks diensten | Knelpunt |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Drieploegen, ma–vr: VVVVV--LLLLL--NNNNN-- | 21 dagen | 3 | 37,5 uur | 30 | 90 | 5 | na de vijfde nacht 48 uur rust tot maandag 06.00: net genoeg |
| Vijfploegen continu: VVLLNN---- | 10 dagen | 5 | 31,5 uur | 24 | 74 | 6 | geen; korte contracten |
| Vierploegen continu, 12 uur: DDNN---- | 8 dagen | 4 | 39,4 uur | 28 | 92 | 4 | nachten van 11,25 uur arbeid: mag hoogstens 22 keer per 52 weken |
Het eerste patroon draait 30 nachten in het slechtste venster van 16 weken. Dat is minder dan 36, maar wel meer dan 16, dus de grens van gemiddeld 40 uur per week over die 16 weken telt mee; met 37,5 uur blijft het patroon eronder, zolang er geen overuren bij komen. Na de vijfde nacht eindigt de dienst op zaterdag om 06.00 uur en begint de vroege dienst op maandag om 06.00 uur: 48 uur rust, twee meer dan de 46 die de wet vraagt. Een extra dienst op de zaterdag of zondag na de nachtweek past daar dus niet. Alle drie de patronen blijven met hoogstens zes diensten op rij onder de grens van zeven.
Het derde patroon lijkt efficiënt, maar elke nacht bevat 11,25 uur arbeid. Artikel 5:8 lid 3 staat een nachtdienst tot 12 uur toe, met minstens 12 uur rust erna, maar hoogstens 5 keer per 14 × 24 uur en 22 keer per 52 weken. Het patroon komt op 92. Het Arbeidstijdenbesluit bevat voor een aantal sectoren afwijkende regels, sommige alleen bij collectieve regeling; zonder zo'n regeling moet de nacht korter of het patroon anders.
Het patroon uitrollen met één formule
Op een eigen blad Patroon (eigen) staat in B1 de reeks dienstcodes als tekst, in B2 de eerste dag van de cyclus (maandag 4-1-2027) en in C3 tot en met G3 de startverschuiving per ploeg. Vanaf A5 staan de 364 dagen vanaf 4-1-2027 onder elkaar, tot en met rij 368. De dienst van ploeg 1 op de datum in A5 is:
=DEEL($B$1;REST($A5-$B$2+C$3;LENGTE($B$1))+1;1)
LENGTE geeft de lengte van de cyclus, REST de positie in de cyclus en DEEL haalt dat ene teken uit de reeks. Trek de formule naar rechts voor de andere ploegen en naar beneden voor het hele jaar. Bij het vijfploegenpatroon geven de verschuivingen 0, 2, 4, 6 en 8 elke dag precies één ploeg in V, één in L en één in N; bij het vierploegenpatroon doen 0, 2, 4 en 6 hetzelfde met D en N. Controleer dat met =AANTAL.ALS($C5:$G5;"N") in kolom H naast elke rij: daar hoort steeds 1 uit te komen.
Voor de 16-wekenregel tel je per ploeg de nachten in een schuivend venster van 112 dagen. In I116 staat =AANTAL.ALS(C5:C116;"N"); die formule trek je naar rechts tot en met kolom M, één kolom per ploeg, en naar beneden, zodat elke rij de 112 dagen tot en met die datum telt. =MAX(I116:M368) geeft het slechtste venster van het jaar over alle ploegen. Het blad en de formules zijn een eigen toevoeging.
Van patroon naar maandrooster
Het werkrooster bij Excelmodellen heeft volgens de productbeschrijving een blad met een rotatiepatroon met een cyclus van 3 weken en 4 groepen, met een preview van 31 dagen die je naar het maandrooster kopieert. Het drieploegenpatroon van 21 dagen past daar precies in. De patronen van 10 en 8 dagen niet: die rol je uit op het eigen blad hierboven en neem je per maand over. In het maandrooster controleert het bestand 12 uur per dienst, 60 uur per week, gemiddeld 55 uur per 4 weken, 11 uur dagrust en 36 uur weekrust; de 16-wekenregel is volgens de productbeschrijving niet opgenomen en de nachtdienstregels van artikel 5:8 worden daar niet genoemd, dus die toets je op het patroon.
Een patroon is een uitgangspunt. Verlof, ziekte en ruil maken er elke maand een ander rooster van, en juist rond een reeks nachten kan één geruilde dienst de 46 uur rust breken. Toets een ruil daarom op de rust na de laatste nacht, niet alleen op het aantal uren.
Hoe het maandrooster met dienstcodes en de ATW-controle eruitziet, staat op de pagina over het maandrooster met controle op de Arbeidstijdenwet, en een uitgewerkt voorbeeld met pauzes en vervanging laat de dagdienstkant zien. Wie nog geen budget heeft voor een kant-en-klaar bestand, leest in de gids over roosteren zonder licentiekosten wat een zelfgemaakt blad wel en niet kan. Hoeveel ploegen en uren er per week nodig zijn, volgt uit de koppeling van personeelsplanning en rooster. Alle andere onderwerpen staan in het gidsenoverzicht van EnkelMal.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ploegen heb je nodig om dag en nacht, zeven dagen per week te bezetten?
Een post die altijd bezet moet zijn, vraagt 168 uur per week. Met diensten van 8 uur en vijf ploegen komt elke ploeg gemiddeld op 33,6 uur inclusief pauze. Met vier ploegen zou dat 42 uur zijn, en dan houdt elke ploeg nauwelijks vrije dagen over. Vijf ploegen met kleinere contracten, of vier ploegen met extra vrije diensten, zijn de gangbare oplossingen.
Mag een nachtdienst 12 uur duren?
Hoogstens 5 keer per 14 × 24 uur en 22 keer per 52 weken, met minstens 12 uur rust erna (artikel 5:8 lid 3). Daarbuiten is de grens 10 uur arbeid per nachtdienst, tenzij een sectorregeling uit het Arbeidstijdenbesluit van toepassing is.
Kan het roulerende schema van het werkrooster een vijfploegenrooster aan?
Niet rechtstreeks: de productbeschrijving noemt een cyclus van 3 weken en 4 groepen. Een cyclus van 10 dagen en 5 ploegen rol je uit met de formule uit deze gids en neem je daarna per maand over in het maandrooster.
Bronnen
- wetten.overheid.nlArbeidstijdenwet (geldend vanaf 01-07-2025)
- wetten.overheid.nlArbeidstijdenbesluit
- Microsoft SupportDEEL, functie
Een goed patroon scheelt elke maand puzzelen
Toets het ploegenpatroon één keer op de nachtdienstregels, rol het uit met een formule en vul daarna alleen nog verlof en ruil in.
Naar het werkrooster